| Doelstelling
De werkgroep Chirurgische Anatomie van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde is geboren uit de discrepantie tussen enerzijds de toename
van steeds complexere operatietechnieken (e.g. minimaal invasieve chirurgie) en anderzijds de landelijke tendens tot beperking van het anatomieonderwijs gedurende
de opleiding tot basisarts. Dit laatste is tot op zekere hoogte plausibel wanneer men 'postgraduate' met name in de zgn. 'snijdende specialismen' de mogelijkheid schept
om kennis van toegepaste klinische anatomie te verwerven. Een aantal ontwikkelingen maakt de noodzaak van structureel en permanent postgraduate onderwijs in de
toegepaste anatomie nog groter:
Toename van het aantal hoog complexe chirurgische ingrepen, zoals TME, anatomische leverresecties etc. Met name in de minimaal invasieve
chirurgie, waar bijv. palpatie als middel ter oriëntatie is vervallen, is (nog meer dan vroeger) een grote parate kennis van de anatomie vereist. De operatiekamer kan en
mag geen plaats (meer) zijn waar de anatomie nog geleerd moet worden.
Ten gevolge van het Werktijdenbesluit voor AGIO's bevindt de arts in opleiding zich aanzienlijk minder uren in het ziekenhuis. Waar vroeger in de
oude 'meester-gezel' relatie, tijdens een zeer groot aantal contacturen, sprake was van meer directe kennisoverdracht, vereist deze tegenwoordig veel eerder een
cursorische opbouw van de leermomenten. Dit aspect wordt nog versterkt door het volgende feit:
Door een verwachte toename van het aantal parttime werkende specialisten in de komende jaren, is er behoefte aan meer opleidingsplaatsen
(themanummer 'Onderwijs' in Medisch Contact; Jaargang 55 nr. 36, 8 september 2000). De voorgenomen uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen voor
specialisten bedraagt ongeveer 500. In de huidige situatie m.b.t. opleidingsziekenhuizen zijn er simpelweg te weinig assistent-patiënt contacten (of operaties) voor een
verantwoorde scholing van deze specialisten. Ook hierdoor neemt de behoefte aan cursorisch onderwijs buiten het ziekenhuis/ operatiekamer toe.
De voor januari 2004 geplande wijziging van de opleiding tot chirurg. Uitgangspunt is een tweejarige basisopleiding ('common trunk'), waarna
verdere specialisatie volgt in een van de heelkundige specialisaties (algemene en plastische heelkunde, orthopedie, urologie en thoraxchirurgie). Ook in dit plan zal een
groot deel van het onderwijs cursorisch moeten zijn.
Onderwijs in de Chirurgische Anatomie wordt, ook internationaal, gezien als een 'conditio sine qua non' voor een goede chirurgische
opleiding¹). Het is duidelijk dat in het huidige, maar meer nog in het toekomstige opleidingsmodel behoefte bestaat aan efficiënt onderwijs in de chirurgische en
toegepaste anatomie buiten de directe klinische 'setting'.
Het is de taak van de werkgroep chirurgische anatomie om centraal, maar met een breed draagvlak van alle acht opleidingsregio's, advies uit te brengen over de
onderwijsdoelstellingen, eindtermen en kwaliteitsbewaking, zodat op regio niveau implementatie naar eigen inzichten kan plaatsvinden.
De werkgroep heeft met voorliggend stuk een voorstel gemaakt voor de invulling en doelstellingen van het curriculum voor de chirurgische anatomie
t.b.v. de twee jarige basisopleiding ('common trunk'). Het geheel is gebaseerd op de Eindtermen van de basisopleiding heelkunde, zoals opgesteld door de
Concilium-commissie Modernisering Opleidingsmethoden (MOM). Genoemde eindtermen werden vastgesteld door het Concilium Chirurgicum op 15 januari 2001.
De werkgroep hoopt met dit stuk een bijdrage te hebben geleverd aan de landelijke invoering van structureel, cursorisch onderwijs in de chirurgische anatomie.
Tevens heeft de werkgroep met dit stuk het belang van dit vak voor de chirurgische praktijk willen onderstrepen.
¹) Mattingly, MW, Dean RE et al. Problem-Based Anatomy for Surgical Residents. Current Surgery 2000;57,4 377-380 |